koekoekspuug

Wel ‘ns gezien, zo’n laagje schuim op een plant? En nee, het is geen spuug van een koekoek, die naam dateert van toen men nog niet wist dat het een schuimnest is.

waarneming 27 mei 2016

waarneming 27 mei 2016 (foto: © Marlies de Vet)

Een schuimnest is een soort ‘nest’ waarin een jonge schuimcicade, ook wel spuugbeestje genoemd, opgroeit. De cicadenimf leeft van plantensappen en produceert een vloeibare uitscheiding die het tot een schuimige massa blaast. Dit schuim biedt de nimf bescherming tegen uitdroging en tegen insectenetende vijanden.

220px-philaenus-spumarius5-lindsey

De cicadenimf naast het schuimnest (foto: Wikipedia / © James Lindsey)

Advertenties

meikever

waarneming 21 mei 2016 (foto: © Marlies de Vet)

Een meikever die zich te goed doet aan een mals eikenblaadje. Niet alleen voedzaam, een aangevreten blad blijkt ook een rol te spelen bij het vinden van een partner. De geur van de plantenalcoholen die vrijkomen, zou een aantrekkende werking hebben op mannelijke meikevers. Om te kunnen achterhalen of er een vrouwelijke soortgenoot in de buurt is, gaat hij vervolgens op zoek naar vrouwelijke feromonen.

Levenscyclus
De meikever is, evenals als de junikever en julikever, vernoemd naar de maand waarin de kever tevoorschijn komt. Bij het uitvliegen zijn de jonge meikevers nog niet geslachtsrijp. De eerste 10 tot 15 dagen volgt een rijpingsvraat. Na de paring graaft het vrouwtje zich in om haar eitjes af te zetten in de bodem. De larven van de meikever, de engerlingen, ondergaan drie groeistadia afgewisseld met een vervelling. Onder gunstige omstandigheden duurt deze ontwikkeling drie jaar. Na het derde larvestadium verpoppen de engerlingen. De jonge kevers overwinteren in de popkamer en kruipen in de lente uit de grond.

Eten en gegeten worden
De meikever eet bladeren, bij voorkeur van de zomereik, de beuk en de haagbeuk. Een natuurlijke vijand van de schemeractieve meikever is de vleermuis, maar hij wordt ook gegeten door vogels (uilen, kraaien, mezen) en andere insecteneters. De larven van de meikever staan bekend als ‘plaaginsect’ omdat ze zich voeden met wortels van planten en daardoor schade kunnen aanrichten. Tegelijkertijd vormen deze engerlingen een belangrijke voedselbron voor zowel ondergronds levende dieren (mollen) als bovengronds levende dieren die de larven opgraven.

Wist je dat…
…het vroeger in ‘de meikevertijd’ een favoriete bezigheid van kinderen was om een mulder rondjes te laten vliegen met een draadje om zijn pootje?
Schermafbeelding 2016-05-29 om 15.39.42Dat was in de tijd dat schoolkinderen soms zelfs vrij kregen om op keverjacht te gaan. Na de introductie van chemische bestrijdingsmiddelen, halverwege de vorige eeuw, was de meikever nagenoeg verdwenen.

(!) Alle larven van bladsprietkevers worden ‘engerling’ genoemd. De rozenkever is de meest voorkomende soort.

oranjetipjes

Bloeiende pinksterbloemen… de kans is groot dat je er vlinders met oranje vleugelpunten ziet vliegen. Vlinders leven van nectar uit bloeiende planten en de pinksterbloem is favoriet bij oranjetipjes.

Oranjetipje (foto: Waarneming.nl / © Hans Kleine Koerkamp)

Oranjetipje (foto: Waarneming.nl / © Hans Kleine Koerkamp)

Voorjaarsvlinder
Het oranjetipje is een dagvlinder die in het voorjaar uit de pop komt. De mannelijke vlinder valt op vanwege zijn oranje vleugelpunten. Het vrouwelijke oranjetipje heeft deze gekleurde tipjes niet en daardoor is ze minder goed te onderscheiden van andere ‘witjes’. Aan de geelgroen gemarmerde onderzijde van de achtervleugels kan je haar herkennen .

Levenscyclus
Deze vlindersoort brengt een generatie per jaar voort. De vlinder zelf leeft enkele weken. De mannetjes gaan actief op zoek naar vrouwtjes om mee te paren en de vrouwtjes leggen vervolgens eitjes. De eitjes worden afgezet op een ‘voedselplant’ zodat de larven van de vlinder zodra ze uitkomen direct te eten hebben. Het oranjetipje zet een eitje per bloemstengel af. Een tweede eitje op dezelfde stengel zou geen overlevingskans hebben omdat die wordt opgegeten door het rupsje dat als eerste uitkomt. De vraatgrage rupsjes worden tot 30 mm lang en weten zich perfect gecamoufleerd door hun groene kleur. Wanneer de rupsen gaan verpoppen, zoeken ze een plekje op een boom, struik of stengel. De pop is het stadium waarin de rups zich ontwikkelt tot vlinder. Het oranjetipje overwintert als pop, een gordelpop die eruitziet als een onopvallende plantendoorn. Nieuwsgierig geworden? De Vlinderstichting heeft deze levenscyclus in beeld gebracht.

Waardplanten
Waardplanten zijn als rupsenvoedsel een onmisbare schakel in de ontwikkeling van ei tot vlinder. Het oranjetipje heeft een voorkeur voor waardplanten die op zonnige beschutte plaatsen groeien zoals in greppels of in vochtige graslanden nabij struweel of bosranden. De twee belangrijkste waardplanten zijn de pinksterbloem en look-zonder-look. Ook wilde judaspenning, bittere veldkruid en herik komen voor als waardplant van het oranjetipje.

Gefaseerd graslandbeheer is belangrijk voor vlinders. Wil je er meer over weten? Bekijk dan dit informatieve Ecopedia-filmpje.

broos

Bosmieren in een bos, geen opzienbarende waarneming… tot ik de prooi zie waar deze mieren zich op gestort hebben.

waarneming 1 mei 2016

waarneming 1 mei 2016 (foto: © Marlies de Vet)

De levenloze jonge vogeltjes waar de mieren druk mee in de weer zijn, lijken uit het nest ‘gevallen’. Met het filmpje van een koekoeksjong uit m’n vorige blogpost nog vers in het geheugen, kijk ik omhoog om te zien of ik in de boom een nest kan ontdekken. Bladeren ontnemen me het zicht. Ik hoor “wiet”, “wiet”, “wiet”. Een roepende tjiftjaf die waarschijnlijk niets te maken heeft met deze vondst.

Wat hier gebeurd is? We zullen het niet te weten komen…

broos
stil leven
in wording, pril
voor het begon voorbij
weerloos